Zomermaanden
Tijdens de maanden juli en augustus gaat het Wetenschapscafé met vakantie. In september hernemen we.
Schrijf u in op onze mailinglist om op de hoogte te blijven via e-mail.
Tijdens de maanden juli en augustus gaat het Wetenschapscafé met vakantie. In september hernemen we.
Schrijf u in op onze mailinglist om op de hoogte te blijven via e-mail.
Brussel-Halle-Vilvoorde: de verleiding van het meerderheidsdenken in een consensusdemocratie
België is een consensusdemocratie par excellence, vooral wat de communautaire breuklijn betreft. Hoewel Vlaamse partijen over een meerderheid beschikken in het federale parlement, moeten ze op het vlak van staatshervorming en communautaire evenwichten een compromis vinden met Franstalige partijen.
In het dossier van de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde
(BHV), zijn Vlaamse partijen – na hier decennialang volgens de typische consensuslogica mee te zijn omgegaan – de voorbije jaren echter een meerderheidslogica beginnen volgen, eerst in hun discours, daarna ook in hun handelen. Terwijl dit politieke instabiliteit en crisissen opleverde, bracht het een oplossing geenszins dichterbij, aangezien de verplichting om tot consensus te komen in België grondwettelijk verankerd is. Dit roept de vraag op wat Vlaamse partijen plots bezielde om te handelen volgens een meerderheidslogica terwijl ze in een consensussysteem functioneren.
Dave Sinardet zal eerst de belangrijkste kenmerken van consensusdemocratieën overlopen en aangeven hoe deze in het Belgische systeem tot uiting komen. Vervolgens zal hij de casus BHV in dit licht analyseren en een antwoord proberen te vinden op de vraag wat het paradoxale gedrag van de Vlaamse partijen kan verklaren.
Zo komt ook de lange geschiedenis van Brussel-Halle-Vilvoorde aan bod, van het vastleggen van de taalgrens tot de val van de regering Leterme II. Dave Sinardet ontrafelt eveneens de mythes die de voorbije jaren over dit dossier zijn ontstaan, aan beide kanten van de taalgrens en bespreekt mogelijke oplossingen.
Dave Sinardet is politicoloog aan de Universiteit Antwerpen en deeltijds professor aan de VUB en de Facultés Universitaires Saint-Louis. Hij is expert in Belgisch federalisme en staatshervorming. Tevens is hij vaste columnist voor De Standaard en Le Soir en auteur van het te verschijnen boek ‘Het verband van België’ (Meulenhoff-Manteau).
Door onvoorziene omstandigheden zal er deze maand geen wetenschapscafé doorgaan. In mei hernemen we met een lezing over de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde en pacificatiedemocratie.
1895-1905: De grote ommezwaai in de fysica
Prof. Karel Van Camp (Universiteit Antwerpen)
De jaren rond de eeuwwisseling van de 19de/20ste eeuw zijn voor de fysica de periode waarin vele nieuwe en opwindende ontdekkingen tot stand kwamen. Gevolg hiervan dat daarna het wetenschappelijk denken en experimenteren geheel anders moest worden benaderd.
Ter toelichting: Hoewel er al enkele “vuiltjes” aan de lucht waren vóór 1895, kon niemand vermoeden dat men op 10 jaar tijd in de fysica bijna van nul moest herbeginnen. Dit hield verband met:
. de ontdekking van de X-stralen,
. de radioactiviteit,
. het elektron,
. de oplossing van Max Planck voor de “zwarte straling” en
. het wonderjaar 1905 van Einstein,
Deze revolutionaire ontdekkingen betekenden het einde van de bijna drie eeuwen gehanteerde deterministische benadering en leverde genoeg stof tot nadenken om de hele 20ste eeuw met experimenten en theorieën te vullen!
Stoïcijnse levenskunst, evenveel geluk als wijsheid
Miriam van Reijen
In deze workshop nemen we twee uitspraken, waarin wordt verondersteld dat wijsheid (rationeel denken, inzicht) intrinsiek verbonden is met geluk, van de stoïcijnse filosoof Epictetus (55 -135) als uitgangspunt. “Geef me de moed om alles te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de energie om alles te veranderen wat wel in mijn vermogen ligt, en de wijsheid om tussen die twee te onderscheiden.” Dat laatste is de kunst, de levenskunst! En: “Mensen lijden (C) niet door de gebeurtenissen (A), maar door hun meningen (B) over die gebeurtenissen.” Deze zin is in de 20e eeuw het uitgangspunt geweest van de Rationeel Emotieve Therapie. In de workshop zullen we het onderscheid onderzoeken tussen psychotherapeutisch en filosofisch werken vanuit dit uitgangspunt, èn aan de hand van eigen voorbeelden toetsen of en hoe dit laatste werkt.
Miriam van Reijen (1946) is praktisch filosoof en docent filosofie aan Avans Hogeschool, Breda. Zij bestudeerde de Stoïcijnse filosofie, Spinoza en Sartre over de passies en publiceerde daarover Filosoferen over emoties (1995). Momenteel werkt zij aan een proefschrift over de theorie van Spinoza van de passies in relatie tot zijn politieke filosofie.
Black is beautiful – wonderbare wetenschap met asfalt en bitumen
Tony De Jonghe
Een rijweg heeft tot doel de belasting door het verkeer te spreiden om de ondergrond niet te veel geweld aan te doen – denken we maar aan karrensporen. En natuurlijk om ervoor te zorgen dat wij, weggebruikers, ons enigszins comfortabel kunnen verplaatsen over een effen, vlak wegdek.
Asfalt is één van de mogelijke verhardingen van onze wegen en bitumen is het bindmiddel in dat asfalt. Het grootste volume van dit bitumen wordt dan ook gebruikt voor de asfaltwegenbouw, maar dit aardolieproduct kent nog veel meer toepassingen, zoals de bekende dakbedekking of roofing. De eigenschappen van deze thermoplastische stof zijn afhankelijk van de temperatuur en de belastingstijd, maar kunnen worden verbeterd door het toevoegen van polymeren.
Er bestaan vele soorten asfalt en de keuze ervan wordt bepaald door de gewenste toepassing: zo is asfalt voor een autosnelweg verschillend van asfalt voor een verkaveling of voor een fietspad. Maar ook de levensduur en/of de onderhoudsperiode spelen een rol.
De gastspreker, hoogleraar en specialist in wegenbouw, zal het hebben over de wetenschap van bitumen en asfalt en ons inzicht geven in de voor- en nadelen van deze producten, de problemen die ze meebrengen en de oplossingen die men daaraan geeft. Hij zal ook aantonen dat asfalt een gezond product is!
Antwerpen, op- en neergang als middeleeuwse havenstad
Dirk Anthierens
Antwerpen dankt zijn glorie aan de Schelde. Van een Gallo-Romeinse nederzetting evolueerde Antwerpen al in het begin van de dertiende eeuw tot een stad en daarna tot de belangrijkste Brabantse zeehaven. Reeds in die periode onderhield deze “portus” dankzij de toegang via de Schelde met de open zee drukke handelsrelaties met Engeland, Duitsland en Frankrijk.
Dat Antwerpen die groei doormaakte kwam mede door het inventief gebruik van de geografische mogelijkheden, zoals landtongen in de Schelde waar veilig kon worden aangemeerd. Al in 1263 stond er een van de eerste Europese tredmolenkranen, aangedreven door “kraankinderen”, op een landtong in de Schelde. Het was mede door de mogelijkheden die de Antwerpse rede bood – en de economische terugval van Brugge – dat de middeleeuwse havenstad zo’n explosieve uitbreiding kende
Deze groei zette zich door tot het economische hoogtepunt van Antwerpen in de zestiende eeuw (de Gouden Eeuw). Daarna volgde een forse teruggang door de afsluiting van de Schelde (de facto in 1585, de jure in 1648) en door de intellectuele leegloop van de stad.
De spreker zal de bedrijvigheid aan de Antwerpse rede in de Middeleeuwen belichten en daarbij wijzen op de rol die allerlei factoren, zoals het gebruik van tredmolenkranen, hierbij speelden.
Dirk Anthierens is erehoogleraar Materiaalkunde en ex-departementshoofd van het dept. Industriële Wetenschappen en Technologie van de Artesis Hogeschool (eertijds Hogeschool Antwerpen).
Genetische manipulatie – Sprong voorwaarts of brug te ver?
Harry Van Onckelen
Sinds een aantal jaren is er flink wat commotie gerezen rond genetische manipulatie en de productie en verspreiding van genetisch gemanipuleerde organismen (GGO of GMO).
De fascinerende story van de GMO’s begon een kleine dertig jaar geleden in het lab van Marc Van Montagu en Jeff Schell aan de Gentse Rijksuniversiteit. Daar werden de basisprincipes van genenmanipulatie ontdekt. Deze resultaten werden toen uitvoerig in de media besproken en de toepassingen ervan uitvoerig aan het publiek aangeprezen tijdens de eerste Flanders Technology-beurs te Gent.
Langzamerhand ontwikkelde zich een publiek debat waarin vooral de media, organisaties zoals Greenpeace en Oxfam en sommige politieke partijen (Groen! en nu de PS) actief betrokken zijn.
Probleem is dat deze polemiek vooral in Europa niet politiek neutraal is. Veel van de retoriek rond GMO’s heeft dikwijls weinig te maken met de onderliggende wetenschap, maar wel met problemen rond industrialisatie van de landbouw en vooral rond de controle over de voedselproductie. Het debat rond GMO’s is dan ook symptomatisch voor een bredere sociologische en politieke trend met zeer diepgaande gevolgen ook voor de wetenschap en de wetenschappers.
De gastspreker is emeritushoogleraar en diensthoofd van het Laboratorium voor Biochemie en Plantenfysiologie van de Universiteit Antwerpen, medewerker van diverse wetenschappelijke organisaties en auteur van meer dan 200 publicaties in internationaal gerenommeerde tijdschriften.
De evolutie van het rechtop lopen
Kristiaan D’Août, Universiteit Antwerpen en CRC
Mensen zijn boeiende beesten, en minstens twee kenmerken maken hen uniek: hun intellectuele capaciteiten en het feit dat ze (meestal) rechtop lopen. Deze twee kenmerken hebben waarschijnlijk alles met elkaar te maken en het ontrafelen van de oorsprong van dat rechtop lopen kan ons dan ook veel bijleren over onszelf.
Kristiaan D’Août volgt in zijn onderzoek een experimentele aanpak. Hij tracht algemene principes over het rechtop lopen te achterhalen bij ongeschoeide mensen (want onze voorouders hadden ook geen schoenen) en bij onze nauwste verwanten, de bonobo’s. Deze principes kunnen dan gebruikt worden bij de interpretatie van fossiele vondsten, zoals skeletmateriaal en voetafdrukken.
Tijdens het Wetenschapscafé zal Kristiaan D’Août zowel de biologische achtergrond van het rechtop lopen belichten, als het praktische werk van een biomechanicus. Of hoe je een heel onderzoekslabo in een Indische rickshaw propt.
Archeologie in Afrika – over verdwenen culturen
Marie-Claude Van Grunderbeek
Marie-Claude Van Grunderbeek is oudheidkundige en deed jarenlang onderzoek naar de Urewe-cultuur uit de vroege ijzertijd in Rwanda en Burundi: een meer dan 2000 jaar oude economie in het Oost-Afrikaanse Grote Merengebied.
Onderwerpen die aan bod zullen komen:
- In Afrika waren er in die tijd even belangrijke culturen als in Europa
(eigenlijk zelfs belangrijker dan in onze streken). Hoe komt het dat het er 2000 jaar geleden is misgegaan?
- Hoe je er door combinatie van analyses toe komt heel wat aspecten en gevolgen van de levenswijze te belichten: hout hakken voor het ijzersmelten, landbouw van graangewassen, veeteelt en de aftakeling van het milieu onder die menselijke activiteiten.
Die aftakeling is tot vandaag doorgegaan. Rond 1900 waren de Rwandezen met 1 miljoen, 100 jaar later met bijna 7 miljoen, zonder dat in het land een andere activiteit is gegroeid die arbeidskrachten had kunnen onttrekken aan de landbouw, die volgens de huidige methodes (geen geld voor meststoffen) de grond steeds verder uitput. Het onderwerp is dus zeker actueel.