≡ Menu

Woensdag 15 mei 2024, 20u

Horen is iets wonderlijks: de stilste fluistering tot de luidste knal kunnen onze oren waarnemen. We lopen dus allemaal met twee enorm goede microfoons rond in ons hoofd. Bij dieren werken die microfoons nu net iets anders, maar toch kunnen ze goed horen. Zo vinden we bij vogels en hagedissen slechts één gehoorbeentje, in plaats van de drie van mensen. Nog straffer is dat de oren van hagedissen samenwerken: het zijn geen aparte microfoons, maar zijn met elkaar verbonden.

Wil je weten hoe dat nu allemaal in elkaar zit? Spits dan je oren, want Pieter zal je met veel plezier erover vertellen tijdens het Wetenschapscafé!

Pieter Livens is postdoctoraal onderzoeker bij het labo Bio- & Medische fysica (BIMEF). Zijn onderzoek focust op het beter begrijpen van de mechanica van het trommelvlies en de gehoorbeentjes. Zo wil hij betere technieken ontwikkelen om mensen met gehoorschade terug te doen horen. In zijn vrije tijd vindt je hem of in zijn (moes)tuin, of in een kajak op het Albertkanaal.

Woensdag 17 april 2024, 20u

Mei 2019: De wereld-gezondheidsorganisatie (WHO) erkent voor het eerst dat veroudering een aandoening is die leidt tot de achteruitgang van de menselijke capaciteiten. Deze erkenning opent voor onderzoekers eindelijk de officiële mogelijkheid om op zoek te gaan naar methoden en remedies die op een wetenschappelijk aantoonbare wijze veroudering kunnen behandelen.

Maar wat is veroudering eigenlijk? Welke mechanismen en fundamentele biologische processen liggen aan de basis van veroudering? En bestaan er wel effectief methoden of behandelingen die veroudering kunnen tegengaan? Deze lezing tracht op deze vragen een zo duidelijk mogelijk wetenschappelijk antwoord te geven.

Hugo Moors is sinds 1992 werkzaam op het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK CEN) en onderzocht na een herstudie tot bio-ingenieur als geo-microbioloog vnl. de impact van bodembacteriën op de stockage van radioactief afval. In het voorjaar van 2023 werd door een nieuw strategisch onderzoeksplan van het SCK CEN zijn jobinhoud drastisch gewijzigd en richtte hij zich binnen het instituut voor Nuclear Medical Applications (NMA) op innovatief en fundamenteel onderzoek naar het gebruik van nucleaire isotopen bij kankerdiagnose en -bestrijding. Dankzij dit onderzoek verwierf hij wetenschappelijke inzichten over hoe ons lichaam functioneert en veroudert en welke middelen of remedies dit verouderingsproces kunnen vertragen of tegengaan.

Woensdag 20 maart 2024, 20u

Met de constructie van de ondergrondse Einstein-telescoop (ET) rond het drielandenpunt België-Nederland-Duitsland zal over enkele jaren niet alleen de Maas-Rijn-regio maar heel Europa prat kunnen gaan op de grootste wetenschappelijke infrastructuur, naast die van het CERN, voor het exploreren van het heelal en van de fundamentele fysische theorieën zoals algemene relativiteit en kwantumgravitatie. Dit internationale project zal ook peilen naar het wezen van donkere materie en donkere energie. Met zijn 10 km lange zijden, in tunnels 250-300 m onder het maaiveld in een stabiele, ruisarme ondergrond, zal deze driehoekige “detector van de 3de generatie” zwaartekrachtgolven, afkomstig van versmeltende zwarte gaten en neutronensterren en van de eerste structuren van de kosmos, opvangen met een 10 maal grotere gevoeligheid dan de interferometers LIGO in de VSA, Virgo in Japan en KAGRA in Japan de laatste 5 jaar al hebben bereikt.

Met de ET zal niet alleen diep in de ruimte en in de tijd (tot kort na de oerknal) gekeken worden! Bij dit ‘big science’-project, gaat het immers niet alleen om prestige maar ook om zijn economisch potentieel, aangezien het kan zorgen voor een massa contracten en high-tech-innovaties. De complexe constructie van de ET heeft uiteraard ook impact op de omgeving.

Nick van Remortel, professor aan de Universiteit Antwerpen, bestudeert met zijn expertise in de fysica van elementaire deeltjes al jaren de experimentele verificatie van de fundamentele natuurwetten. Hij is betrokken bij de constructie van de ET en de haalbaarheidsstudie ervan. Met zijn onderzoek zet de UA zich in een sterk samenwerkingsverband met Nederlandse, Duitse, Vlaamse en Waalse universiteiten zich in voor de verwezenlijking van het project.

Woensdag 21 februari 2024, 20u

Tijdens de COVID-epidemie leek plots iedereen viroloog, maar de zelfverklaarde specialisten bleken gauw in gebreke wanneer gepolst naar feiten en details… Overigens, wat men ons tijdens de pandemie heeft verteld, was maar een tipje van de sluier!

Tijd om eens wat dieper in te gaan op wat een virus werkelijk is, in al zijn aspecten. Hoe is een virus opgebouwd, hoe repliceert het zich, hoe ontstaat en evolueert het? Zijn er misschien ook nuttige virussen? Hoe zijn ze ontdekt en leven ze eigenlijk wel…?

Virussen worden in deze voordracht ook bekeken vanuit een breder biologisch standpunt, waarbij enkele fundamentele begrippen zoals celstructuur, celbiologie, eiwitsynthese, genoomreplicatie, genexpressie en genregulatie aan bod komen. En hiermee zitten we bij de definitie en het ontstaan van leven en begrippen zoals zelfopbouw en zelforganisatie…

Dr. Daniel Dielen was als arts en specialist-cardioloog werkzaam in de GZA-ziekenhuizen. Sinds zijn oppensioenstelling in 2020 diepte hij zijn reeds lang bestaande interessegebieden sterrenkunde en algemene wetenschap verder uit en kregen ook de thema’s astrobiologie, het ontstaan van leven, cellulaire en moleculaire biologie en virologie zijn bijzondere aandacht.

Woensdag 17 januari 2024, 20u

De meeste mensen denken bij het woord kwakzalverij aan charlatans die welbewust hun slachtoffers uitbuiten, maar dikwijls zijn de verkopers zelf onwetende slachtoffers die slecht zijn ingelicht! Het zou natuurlijk ook kunnen dat ze alleen in geld geïnteresseerd zijn.
Soms zijn het wel degelijk dokters, maar met – eufemistisch gezegd – “originele” ideeën…

Bovendien kan de psyche onze gezondheid sterk beïnvloeden en is te begrijpen dat vele mensen zich laten meeslepen door valse beloftes i.v.m. soms hallucinante medische praktijken… en er dan toch soms beter van worden!

In het verleden zijn er veel rare en gevaarlijke behandelingen voorgesteld en spijtig genoeg ook uitgevoerd, zelfs tot in de 21ste eeuw. We moeten ook toegeven dat artsen van in de tijd van de Oude Grieken tot de 19de eeuw meer kwaad dan goed hebben gedaan. Maar toch zouden we waarschijnlijk niet geraakt zijn waar we nu staan, als er niet ook foute behandelingen waren geweest.

Pas in de 20ste eeuw is de geneeskunde begonnen met de meeste patiënten echt te helpen, zonder hen eerst te martelen of te vergiftigen. Daarmee is de kwakzalverij echter nog niet verdwenen…

Inga Vanhandenhove studeerde eerst wiskunde en nadien geneeskunde aan de VUB. Zij specialiseerde in vaatchirurgie en werkt als vasculair chirurg in verscheidene ziekenhuizen en een privépraktijk in Antwerpen. Enkele jaren geleden verblijdde zij het Wetenschapscafé met een fel gesmaakte voordracht over zieke kunstschilders die gezonde mensen afbeeldden en omgekeerd…

Woensdag 20 december 2023, 20u

België is notoir berucht om de bedenkelijke kwaliteit van zijn wegennet.

Dit is een boeiend onderwerp uit de toegepaste ingenieurswetenschappen! In deze presentatie komen we te weten hoe het aanleggen van een wegen-infrastructuur in zijn werk gaat, vertrekkend van het ontwerp van een weg, over de productie en de uitvoering ervan naar het eindresultaat. Dat eindresultaat is dus een berijdbare weg. Die kan soms hier en daar wat gebreken vertonen. Wat de oorzaken daarvan zijn, zal worden aangetoond. Hierbij gaat de spreker niet voorbij aan het hele reglementeringsproces dat hiermee gepaard gaat.

Hij zal ook aantonen wat er (misschien) fout loopt en hoe de euvels kunnen opgelost worden.

Tony De Jonghe is Bouwkundig ingenieur en erehoogleraar Wegenbouw. Hij deed zijn wijdverbreide ervaring in asfaltwegenbouw op bij het Ministerie voor Openbare Werken, alsook bij een petroleummaatschappij en een aannemer. Hij werkt als zelfstandig raadgevend ingenieur voor asfaltwegenbouw en heeft zich de laatste jaren bekwaamd in de toepassing van gietasfalt.

Woensdag 15 november 2023, 20u

Atomen zijn de bouwstenen van alle materie in onze omgeving. Hun dimensie is echter zo klein dat tot voor kort men ze niet kon waarnemen, laat staan ze manipuleren. Nu kan dat wel!

We starten met een overzicht van het begrip “atoom” doorheen de geschiedenis en hoe je individuele atomen kan waarnemen via geavanceerde microscopietechnieken.

Clusters van atomen (in de orde van nanometers) volgen de wetten van de kwantummechanica en hebben soms verrassende eigenschappen en toepassingen. Heel wat “nieuwe” materialen zijn trouwens opgebouwd uit, of bevatten nanomaterialen; ook al zijn we ons daar niet altijd van bewust. Zo geven nanobuisjes van koolstof bv. extra sterkte aan sportartikelen zoals ski’s of tennisrackets. Nanodeeltjes van inerte materialen zoals goud, zullen in de toekomst zeker een grote rol spelen in de geneeskunde, als we erin slagen zulke anorganische deeltjes te koppelen aan biologische entiteiten zoals proteïnen of geneesmiddelen. Dat is een lopend, bijzonder interessant onderzoek waarvan de spreker een tipje van de sluier wil oplichten.

Daarnaast belooft de spreker ons uitleg te geven over de toepassing van kwantumstippen. Deze bestaan uit een beperkt aantal atomen, waarbij hun aantal en onderlinge schikking macroscopische eigenschappen zoals kleur of geleidbaarheid bepalen. Dit heeft bv. directe toepassingen in de ontwikkeling van beeldschermen. Deze kwantumstippen vormden het onderwerp van de onlangs toegekende Nobelprijs Chemie!

Staf Van Tendeloo is professor-emeritus van de Universiteit Antwerpen en een wereldautoriteit in vastestoffysica, elektronenmicroscopie van materialen en nanofysica. Hij fungeerde als gastprofessor in buitenlandse universiteiten, nam deel aan 250 internationale conferenties, is houder van een groot aantal onderscheidingen en auteur of co-auteur van boeken over microscopie en nanodeeltjes.

Woensdag 18 oktober 2023, 20u

Misschien wel de grootste vraag waarover Stephen Hawking zich het hoofd heeft gebogen is hoe uit de oerknal een heelal is ontstaan waarin als bij wonder leven mogelijk is.

Twintig jaar lang werkte ik zij aan zij met Stephen Hawking aan een nieuwe theorie van de oerknal die de raadselachtige leefbaarheid van het heelal kon verklaren. Wij stootten op een diepere laag van evolutie, verscholen in de prille beginfase van het heelal, waarin de natuurwetten zelf leken te veranderen. Materie, krachten, ja zelfs de tijd verdwijnen bij de oerknal.

In Het Ontstaan van de Tijd neem ik je mee op een wervelende ruimtereis langs zwarte gaten, kosmische hologrammen en ver terug in de tijd, naar onze allerdiepste wortels. We ontdekken een radicaal vernieuwend, darwiniaanse perspectief op de oorsprong van het heelal, die de manier waarop we naar de kosmos kijken op losse schroeven zet.

Thomas Hertog is hoogleraar Theoretische Fysica aan de KU Leuven en leidt daar de onderzoeksgroep naar de relatie tussen de oerknal en de snaartheorie. Hij werd bekend door zijn 20-jarige samenwerking in Cambridge met Stephen Hawking, met wie hij een totaal vernieuwende kijk ontwierp op ruimte en tijd en het ontstaan van de kosmos. Hij is de schrijver van het spraakmakende boek “Het ontstaan van de tijd” (oorspronkelijke titel “The Origin of Time”). Zijn werkterrein is nog steeds de kwantumkosmologie. Het Wetenschapscafé-Antwerpen is bijzonder blij dat Thomas Hertog naast de vele interviews en voordrachten die hij overal geeft ook de mogelijkheid gevonden heeft om ons zijn visie op ruimte en tijd en de levensvriendelijke toestand van het universum uiteen te zetten.

Zaterdag 30 september 2023

Het is in de loop der jaren een goed gebruik geworden om het nieuwe werkingsjaar van het Wetenschapscafé Antwerpen te openen met een speciale activiteit, zoals een gezamenlijk bezoek aan een uit wetenschappelijk oogpunt interessant fenomeen. Dit jaar willen we dat
doen door op zaterdagmiddag 30 september een uitstap te organiseren naar het aan de Universiteit van Gent verbonden Gents Universiteitsmuseum (GUM).

Het Gents Universiteitsmuseum of GUM is een museum gewijd aan de wetenschap. Het werd geopend op 3 oktober 2020. Het universiteitsmuseum is gevestigd op campus Ledeganck, vlak naast de Plantentuin en ligt op loopafstand van het NMBS-station Gent-Sint-Pieters. De Gentse universiteit heeft in de loop der jaren een uitgebreide collectie aan academisch erfgoed opgebouwd. Dit erfgoed is binnen universiteit altijd heel erg versnipperd geweest. Enkele collecties vonden een onderkomen in kleinere collectiemusea: het Museum Dierkunde, het Museum Morfologie, het Museum voor de Geschiedenis van de
Wetenschappen (in 2016 hebben wij met ons Wetenschapscafé hier een bezoek aan gebracht), het Archeologisch Museum, de Etnografische Verzamelingen, het Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde en het Museum Dierick. Het Gents Universiteitsmuseum brengt al deze collecties samen op één locatie.

Praktische informatie

Wij verzamelen om 14u25 uur aan de ingang van het GUM. U kunt op eigen gelegenheid naar het museum gaan, maar het is ook mogelijk om vanuit Antwerpen gezamenlijk met de trein te gaan. Deze vertrekt om 13u06 uur vanuit Antwerpen-centraal, heeft een tussenstop om 13u11 uur in station Berchem en komt om 14u06 uur in Gent-Sint-Pieters
aan. (N.B. wegens werkzaamheden wordt deze trein omgeleid en rijdt die dag zonder tussenstops rechtstreeks van Berchem naar Gent-Sint-Pieters).
Na afloop kunt u onder het genot van een consumptie gezamenlijk napraten of een bezoek brengen aan de Plantentuin of de Serre.

U kunt zich inschrijven door middel van het aanmeldingsformulier op onze website. Het GUM hanteert een maximum aantal dat binnen een tijdslot binnen mag en vraagt dan ook om vooraf voor een bepaald tijdslot in te tekenen. Voor het tijdslot van 14u30 – 15u00 uur hebben wij 30 personen ingeschreven.
U dient zelf te zorgen voor een NMBS-ticket en het toegangsticket voor het GUM. Dat kan op de dag zelf. Personen in het bezit van een Museumpas hebben gratis toegang tot het GUM.

Woensdag 21 juni 2023

De geschiedenis van de Noordzee lijkt wel één aaneenschakeling van grote overstromingsrampen, van de middeleeuwse Elisabethvloeden (1404, 1421, 1424) over de Allerheiligenvloed (1570) en de Kerstvloed (1717) tot de ramp van Zeeland in 1953. Maar waren die stormvloeden dan echt zo uitzonderlijk dat ze het incasseringsvermogen van de samenleving te boven gingen? In deze presentatie gaan we dieper in op de kustsamenleving en de kustbescherming in de voorbije duizend jaar. De zee was niet altijd een vijand, integendeel, eeuwenlang vormde de zee een bondgenoot van de kustbewoners die leefden met het water. De meeste stormvloeden richtten géén grote schade aan – slachtofferaantallen werden vaak schromelijk overdreven. Kleine overstromingen kwamen haast jaarlijks voor, grotere stormvloeden minstens één keer per eeuw. Pas vanaf de zestiende eeuw zien we geleidelijk de overtuiging groeien dat er een ‘harde’ scheiding tussen mens en water moest zijn, dat de zee de vijand was, die moest én kon overwonnen worden. Rationele polders met massieve dijken getuigden van de menselijke controle over het water. Overstromingen werden als relicten van het verleden beschouwd. Achter die hoge dijken werd een – vals – gevoel van veiligheid gecreëerd, en ging men wonen op plaatsen waar onze middeleeuwse voorouders nooit zouden wonen. Overstromingen werden minder talrijk, maar als ze gebeurden, waren er wel meer slachtoffers. Vandaag willen we terug meer ruimte geven aan het water, maar enkel in netjes afgebakende overstromingsgebieden, met een harde scheiding tussen mens en water. Kunnen we niet beter terug leren leven met het water?

Tim Soens (°1977) is hoogleraar middeleeuwse en milieugeschiedenis aan de Universiteit Antwerpen. Aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis leidt hij een onderzoeksteam ENVIRHUS – Environmental and Rural History of Urbanized Societies. Een centrale plaats in zijn onderzoek is weggelegd voor de geschiedenis van natuurrampen, waarbij hij onderzoekt waarom mensen kwetsbaar zijn voor overstromingen, hongersnoden, epidemieën en dergelijke meer. Ongelijkheid en armoede spelen een belangrijke rol in die kwetsbaarheidsanalyse. Vanuit AIPRIL – the Antwerp Interdisciplinary Platform for Research into Inequality – onderzoekt hij of minder ongelijke samenlevingen beter bestand zijn tegen crisissen.