Wetenschapscafé 21 december 2011

Geluk: wetenschap of levenskunst?

Voordracht door Dr. Gerbert Bakx (auteur van het boek ‘De Strategie van het Geluk’)

Gerbert Bakx studeerde wetenschappen, geneeskunde en filosofie en legt zich vooral toe op de begeleiding van mensen naar meer aandacht, emotionele intelligentie, creativiteit en levenskunst. Hij is oprichter van de “Academie voor levenskunst”.

De spreker opent zijn lezing met te wijzen op de unieke mogelijkheid van de mens om gelukkig te zijn. Dit komt door zijn bewustzijn, waardoor hij zichzelf vragen naar zijn geluk kan stellen. Dit maakt ook dat de mens niet onbevangen en ook ongelukkig kan zijn.

Maar geluk is geen doel op zich, het is iets dat wij normaal verwachten. De triviale manier om onderzoek naar geluk te doen is het antwoord op de vraag “wat maakt gelukkig?” zoeken in een statistische analyse van resultaten: “als je doet zoals velen doen (bv. trouwen), zal je wel gelukkig zijn”.

Niet triviaal is de kunst van het individu gelukkig te zijn in de specifieke omstandigheden waarin het leeft en uitgaande van zijn specifieke eigenschappen en mogelijkheden. Het is zoeken naar het antwoord op de vraag “hoe kan ik vanuit mezelf gelukkig zijn?” Het is dan geen toeval als iemand zich gelukkig voelt. Het vinden van geluk is net als het aanleren van een dans. Maar dat lukt alleen als je ervoor open staat. Het gaat daarbij om een dans van verliefdheid, passie en enthousiasme. De bron van geluk bevindt zich al in ons, denk maar hoe we verliefdheid of enthousiasme ervaren.

Het patroon om gelukkig te zijn wordt toevallig ontdekt, al kan men wel leren dat patroon te activeren door voorstellingen en betekenissen op te roepen. Gerbert Bakx haalt het experiment van Martin Seligman aan waarbij deze volstrekt normale honden aan een proef onderwierp. De honden werd eerst aangeleerd dat ze een stroomstoot konden vermijden door een specifieke keuze te maken. Vervolgens werd hen deze mogelijkheid ontnomen, waardoor ze bij welke keuze ze ook maakten een stroomstoot kregen. De honden gingen depressief gedrag vertonen: zij gingen liggen en deden niets meer. Alle normale honden vertoonden hetzelfde gedragspatroon. Hetzelfde speelt zich af bij depressieve mensen. Vanuit een gevoel van machteloosheid vertonen zij een gedrag dat getuigt van nergens meer zin in hebben: “het heeft geen zin/ik geef het op”. Net als bij een fysieke ziekte is er een zeker gedragspatroon. Dit patroon is bij de mens aangeboren; als het ware ingebakken. Vaste gedragspatronen kunnen zich ook bij positieve belevenissen voordoen, zoals bij verliefdheid.

Het zich machteloos, in een onzichtbare moreel-existentiële gevangenis voelen kan verschillende aspecten en oorzaken hebben, zoals:
– affectief, in verstikkende relatie, een benauwend gezin;
– professioneel, in regels of een hiërarchische structuur;
– sociaal, in een betuttelende maatschappelijke structuur, zich uitgesloten voelen;
– mentaal, in religieuze, wetenschappelijke of filosofische overtuigingen;
– existentieel, in een eng, negatief zelfbeeld of benauwend idee over de toekomst.

De wetenschap kan niet echt helpen om een individu het geluk te laten vinden, omdat ze slechts verklaringen geeft en niet echt “begrijpt”. De wetenschap komt slechts tot algemeen geldende uitspraken en stoot, als wordt overgegaan tot uitspraken op individueel niveau, snel op onvoorspelbaarheid. Wetenschappelijke concepten hebben geen existentiële betekenis. Zo kan de wetenschap voor de mens geen individueel gedrag voorspellen, alleen het gemiddelde van de gedragingen van een groot aantal personen.

De wetenschap komt tot een behandeling van depressies uitgaande van de idee dat er een bepaalde neurotransmitter in de hersenen niet of niet voldoende aanwezig is en dient dan ook medicijnen toe, terwijl juist de uitdaging zou moeten zijn om uit te gaan van de individualiteit. De wetenschap heeft inmiddels een erg dominante positie verkregen bij de behandeling van depressies. Onder het motto “het is wetenschappelijk aangetoond” wordt niet meer uitgegaan van het individu en is het toedienen van medicijnen de wetenschappelijke reflex. Maar antidepressiva werken bij de meerderheid van de problemen niet. Daarmee werkt de hulpverlening pervers: mensen worden zelden beter door psychotherapie, maar ervaren wel de bijwerkingen van de medicijnen. Men zou er beter aan doen om een depressie te zien als een uitdaging om na te denken, als een ontdekkingsreis, als een heilzame crisis, een deconstructie vóór een nieuwe constructie.

Door de depersonaliserende en dehumaniserende invloed van de wetenschap is een heel corpus van filosofische levenskunst in vergetelheid geraakt. Zo leert het boeddhisme om zo naar de realiteit te kijken dat we deze positief ervaren. Door de grote invloed van de wetenschap ontbreekt het aan morele educatie. Nodig is een leermeester. Het is immers nog steeds zo dat het woord de gemakkelijkste methode is om de werking van de hersenen te beïnvloeden!

Onze beleving wordt bepaald door onze voorstelling van de realiteit. Daarbij hebben we de keuze tussen een voorstelling die ons positief stemt en een die ons negatief stemt. De levenskunstenaar maakt de keuze voor positieve impressies en roept daarmee een gelukkig gevoel op. Het toeval in ons leven schept ruimte waarin wij onze vrijheid kunnen ervaren, het onvoorspelbare is onze vrijheid!

Zoals verwacht kon worden, gezien de aard van de gedane uitspraken, ontstond er een zeer levendige discussie tussen de spreker en de aanwezigen, die zelfs doorging nadat vanuit het Wetenschapscafé de spreker al was bedankt voor zijn lezing.

Gerbert Bakx hanteerde regelmatig oneliners om zijn betoog te verluchten en te verduidelijken. Enkele voorbeelden:

  • De mens is een symbolisch dier.
  • Ongelukkige psychiaters zijn niet te vertrouwen.
  • Je moet het leren van een levenskunstenaar.
  • Het bewustzijn laat zich niet opsluiten, een bewust mens heeft nog altijd een interne vrijheid.
  • Wetenschap leidt tot klaagcultuur.