Wetenschapscafé 17 maart 2010

1895-1905: De Grote Ommezwaai in de Fysica

Er was nogal wat te doen in de wereld van de fysica rond de vorige eeuwwisseling. Het ontstaan van wat men algemeen noemt de “moderne fysica” situeert zich tussen de “kanteljaren” 1895 en 1905. Toen had de “grote ommezwaai” plaats.

Hoe dat kwam? De wetenschappers zagen zich toen geconfronteerd met een aantal fenomenen, die de klassieke fysische theorieën niet konden verklaren. “Klassiek” waren het elektromagnetisme van Maxwell en de mechanica van Newton.

Wat moesten de fysici aan met een verschijnsel zoals het foto-elektrisch effect, waarbij elektronen uit een metaal gewipt werden door lichtstralen, niet beïnvloed door de intensiteit van het licht, maar wel door zijn frequentie? Of met het spectrum van een “zwarte straler”, waarbij de bestaande wetmatigheden de mist ingingen bij lage golflengten, wat men de “ultravioletcatastrofe” noemde? En wat te doen met het Michelson-Morley-experiment, dat aantoonde dat met licht de klassieke optelling van snelheden niet gold? Wat met die maar niet ophoudende “Brownse” zigzagbeweging van minuscule stofdeeltjes in een vloeistof?

Prof.-emeritus Karel Van Camp van de UA is niet alleen experimenteel fysicus, hij doet ook enorm veel aan de geschiedenis van het vak. Zo is hij de onbetwistbare pionier bij het behoud van het Antwerpse wetenschappelijke instrumentarium (o.a. de verzameling Henri Van Heurck en die van de Stedelijke Nijverheidsschool, die na heel wat omzwervingen uiteindelijk in het Gentse Museum voor de geschiedenis van de Wetenschappen terecht kwamen). Maar bovenal is hij een volkse verteller die schoon schip maakt met ingewikkelde theorieën en op een niet-professorale wijze, helemaal in de trant van wat het Wetenschapscafé beoogt, deze hele revolutie van de fysica aan de man weet te brengen.

Die revolutie – “ommezwaai” dus – leidde tot de ontwikkeling van de twee grote pijlers die nog steeds het wereldbeeld van de fysica beheersen: kwantummechanica en relativiteitstheorie. Daarin komen natuurlijk grote geleerden op de proppen, met een Max Planck en een Albert Einstein op kop.

Het was een gezellige avond. En nog interessant ook. Van Camp stoffeerde zijn vaak humoristisch betoog met overheadtransparanten, waarop tal van historische foto’s. Herhaaldelijk drong hij aan op vragen, maar het publiek bleef er stil bij, als dachten ze allemaal “laat hij het maar zeggen, hij doet dat goed”… En zo was het ook!