Wetenschapscafé 20 oktober 2010

Symfonieën, snurkers en snelwegen: geluid, wanneer geniet je ervan?

Het Wetenschapscafé van 20 oktober 2010 handelde over geluid. Aan het woord was Walter Simons, fysicus en eredocent van de Hogeschool Artesis, waar hij jarenlang een cursus Akoestiek heeft gedoceerd. Geluid, zo begon hij, is een longitudinale golf in een medium, meestal lucht: opeenvolgende expansies en contracties daarin doen deze golf zich voortplanten. Dat gebeurt natuurlijk met een bepaalde snelheid – bij normale temperatuur zo’n 340 meter per seconde, zoals we weten sinds metingen op het meer van Genève in de 19de eeuw.

We kregen eerst enkele onvermijdelijke formuletjes voorgeschoteld over die geluidssnelheid, de frequentie, de golflengte, de intensiteit en het vermogen van een geluidsgolf. En uiteraard moesten we ook weten wat decibel is… Voor sommige aanwezigen was het een harde noot om (opnieuw) logaritmen te moeten slikken en er zelfs mee te gaan rekenen, maar kijk: twee gelijke stofzuigers of twee drilboren doen het zogenaamde luidheidsniveau maar met 3 dB meer stijgen dan één!

Wie dacht dat het allemaal keiharde fysica zou worden, had het echter mis, want de spreker haastte zich om enkele interessante en veelal onbekende aspecten van geluid te vertellen. Een geluidsgolf moet immers niet altijd rechtdoor gaan: ze kan ook door een medium opgeslorpt worden, weerkaatsen of breken of om een hindernis heen buigen. We hebben het bij zulke “gestoorde geluidsvoortplanting” dan over resp. absorptie, reflectie of echo, refractie en diffractie. Dat leidt dan tot speciale verschijnselen in een sneeuwlandschap of in water, tot beroemde echo’s in de fluistergalerij van St. Paul’s cathedral, een kerk en een grot op Sicilië en tot de merkwaardige verschillen in geluidswaarneming bij temperatuurinversie.

We kwamen ook te weten waarom het erger is op één kilometer van een autostrade (een ‘lijnbron’) te wonen dan op dezelfde afstand van een even intense ‘puntbron’, waarom we iets soms heel erg ver kunnen horen, waarom we vlinders helemaal niet horen en waarom vissen niet graag hebben dat op een bevroren vijver geschaatst of gehamerd wordt.

De spreker besloot met het “cocktail party effect” en enkele hilarische aspecten van geluidsoverlast door snurkers, gillende vrouwen in het oude Engeland en vrijende paartjes in Limburg… en toen was het inderdaad party time!