Wetenschapscafé 16 februari 2011

Voor een redelijk talrijk publiek hield Walter Van Rensbergen een aangename en leerrijke causerie over het ontstaan en de evolutie van het zonnestelsel.

Hij besteedde daarbij aandacht aan de verschillende theorieën die er ooit zijn geweest over het ontstaan van het heelal. Ook de theorieën en ontdekkingen van de astronomen Nicolaas Copernicus, Simon Stevin en Johannes Kepler kwamen ter sprake. Vervolgens ging hij uitvoerig in op de huidige wetenschappelijke kennis over ons zonnestelsel; Het laatste halfuur van de bijeenkomst was gewijd aan het beantwoorden van vragen van aanwezigen.

Enkele van zijn opmerkelijke uitspraken:

– De aarde is volgens de creationisten 7 000 jaar geleden ontstaan… 7.000 jaar omdat dat de som is van alle leeftijden van alle grote en kleine profeten tezamen!

– De zon is door de werking van zwaartekracht gigantisch gekrompen. Daardoor zit een zeer groot deel (99,85%) van de in ons zonnestelsel aanwezige massa opgesloten in de zon. Het gevolg daarvan is dat er in ons zonnestelsel sprake van een zeer geringe gemiddelde dichtheid.

– Door de werking van de zwaartekracht en het behoud van impulsmoment ontstaat er contractie en roteert de zon. Deze draait één keer per maand om haar as. Dit gaat steeds langzamer, maar deze afname is zo gering dat het nog zeer lang zal duren voordat daar iets van te merken is.

– Tussen enkele planeten, precies daar waar de aantrekkingskracht van de binnenste planeten even groot is als die van de buitenste (vooral Jupiter) zweeft veel materiaal in een vaste baan.

– Pluto heeft nu een autonome baan om de zon, maar was vroeger een maan bij een planeet, die door botsing met een ander hemellichaam van deze planeet is weggestoten.

– De aarde draait niet precies loodrecht op de as zon-aarde; dit komt doordat er ooit een botsing van de aarde is geweest met een hemellichaam ter grootte van Mars.

– De maan is ontstaan doordat de aarde met een ander hemellichaam heeft gebotst. Als gevolg daarvan is een massa van de aarde losgekomen, die er vervolgens omheen is gaan draaien. Daarbij konden de zwaardere elementen echter niet loskomen van de aarde, wat verklaart waarom er geen zware elementen op onze satelliet worden aangetroffen..

– In de beginperiode van het zonnestelsel kwamen er vaker botsingen voor van de aarde met andere hemellichamen. Verscheidene kraters getuigen daarvan, zoals de Arizonakrater en de krater op en rond Yucatan. De schokgolf, die het gevolg was van de inslag waarmee de Yucatankrater is ontstaan, en de daarbij behorende verstikkende atmosfeer hebben tot het uitsterven van de dinosaurussen geleid.

– Ons zonnestelsel en het omringende heelal zijn nu meer stabiel en daardoor komen er minder botsingen voor.

– In 1908 is er een gigantische inslag in Siberië geweest bij Toengoeska. Een dergelijke inslag komt gemiddeld een keer per eeuw voor.

– Door het bestuderen van de baan die sterren volgen en het daarbij vaststellen van geringe afwijkingen zijn er al meer dan 500 exoplaneten ontdekt. Dat zijn planeten die in een zgn. leefbaarheidzone zitten; dat wil zeggen in vergelijkbare omstandigheden als die van toepassing waren bij het ontstaan van leven op de aarde. De dichtstbijzijnde exoplaneet staat in het sterrenbeeld Weegschaal en is 20,5 lichtjaar van de aarde verwijderd.